Ritalin: Medische Megablunder
Geschreven door
Simone Muermans en Caroline Göttgens donderdag, 12 maart 2009 17:16
Medisch
Het
gebruik van geneesmiddelen tegen ADHD stijgt razendsnel, en zorgt
voor
een heftige discussie tussen voor- en tegenstanders. Rond deze
middelen, zoals Ritalin (Rilatine en Concerta) rijst de vraag of ze
niet te snel worden voorgeschreven. Bovendien is het gebruik ervan
allesbehalve ongevaarlijk.
In Nederland steeg het aantal voorschriften voor Ritalin
tussen 2002 en 2007 naar 600.000. In België zijn er gevallen
bekend van
schoolklassen, waar de helft van de kinderen Ritalin blijkt te
gebruiken, een middel met de actieve stof methylfenidaat, die bepaald
niet ongevaarlijk is. De Belgische apotheker Fernand Haesbrouck weet
daar alles van. Als logo informaticus, die statistieken over
geneesmiddelen maakt, komt hij veel in psychiatrische
ziekenhuizen in
België. In de kliniek waar hij werkte, werd in vijf jaar tijd het
gebruik van Ritalin vertienvoudigd, wat hem grote zorgen baarde. “Ik
begreep maar niet dat patiënten die in de psychiatrie terechtkomen
met
deze stoffen -die psychotisch maken én verslavend werken-
behandeld
worden door ze diezelfde psychotica te blijven toedienen.”
ADHD
wordt omschreven als een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit.
ADHD’ers worden overspoeld door te veel prikkels, waardoor sprake is
van ernstige concentratiestoornissen. Geneesmiddelen tegen ADHD, naast
Ritalin ook Concerta, bevatten beiden de werkzame stof methylfenidaat,
welke ADHD’ers rustiger zou maken en beter geconcentreerd. Maar dankzij
dit methylfenidaat zijn het ook stimulerende middelen die net zo op de
hersenen inwerken als amfetamines en cocaïne. De stof
werkt
verslavend, maar kan ook hallucinaties en zelfs suïcidale
neigingen tot
gevolg hebben, en daarnaast hartproblemen veroorzaken. De
berichtgeving over de negatieve werking van de medicatie stapelt zich
op: kinderen sterven aan ‘onbekende’ oorzaken , krijgen
last van
hartfalen. Onder tieners vindt een toename in het aantal zelfmoorden
plaats die in verband worden gebracht met het middel. De website
drugsinfo.nl krijgt regelmatig vragen van kinderen die Ritalin
gebruiken als partydrug. Inmiddels is er weliswaar onderzoek gestart,
zoals door de European Medicines Agency (tegenhanger van de
Amerikaanse Food and Drug Agency), maar de gevaren worden volgens
Fernand Haesbrouck ernstig onderschat, zelfs domweg genegeerd. “Navraag
bij artsen leerde mij, dat ze in de waan verkeerden, dat men ADHD wel
met dit middel MOEST behandelen. Ik ergerde mij blauw aan deze
onwetendheid, want tijdens mijn opleiding in de jaren ’60 leerden wij
al over het werkingsmechanisme van amfetamine-achtige stoffen als
methylfenidaat en hoe ze het zenuwstelsel verwoesten en precies daarom
onder een opiumwetgeving vallen. Die kennis is blijkbaar overboord
gegooid. De internationale medische literatuur schrijft nu :
‘werkingsmechanisme onbekend’. Ik vind het onbegrijpelijk dat
niemand
daarop reageert.”
In 2007 publiceerde hij het boek “ADHD-medicatie, Medische
Megablunder” waarin hij de werkingsmechanismen beschrijft van chemische
stoffen die voorkomen bij ADHD medicatie, zoals
methylfenidaat. Ze
zorgen in feite voor een afbraak van het zenuwstelsel, en dat kan op
lange termijn zelfs resulteren in de ziekte van Alzheimer. De neuronen
van Alzheimer-patiënten blijken er hetzelfde uit te zien als
de
kapotgemaakte neuronen bij gebruikers van Strattera, SSRI's, XTC,
cocaïne, LSD, cannabispreparaten, Ritalin en andere amfetamines.
“Je
kunt je wel voorstellen wat de gevolgen zijn als men deze stoffen
chronisch aan kinderen geeft, met hersenen nog volop in ontwikkeling.
Ouders denken,’Hé mijn kinderen worden slimmer, kunnen zich veel
beter
focussen’. Dat is waar, ze leren meer robotmatig, maar eigenlijk
verpest men hun hersens voor de toekomst.”
Methylfenidaat valt onder een klassering van chemische stoffen,
die allemaal dezelfde psychotische werking hebben: ze verwoesten
systematisch de neuronen (bouwstenen) van het zenuwstelsel,
vandaar de
waanbeelden, psychosen, agressie (door een controleverlies over het
gedrag) en een veranderde perceptie op de realiteit. Die neuronen zijn
namelijk van vitaal belang om ons gedrag te kunnen beheersen.
Vandaar
dat telkens wanneer het lichaam aanvoelt dat neuronen worden verwoest,
het zenuwstelsel reageert met een gevarenreflex: een ‘fight or flight’-
reactie,’ vluchten of vechten’.
Dit veroorzaakt het dichtklappen van de bloedvaten, bijvoorbeeld
in de hersenen. “Dat heeft dus ook voordelen: men kan zich beter
focussen op een bepaalde zaak. Het nadeel is echter dat wanneer andere
gevaren dreigen, men deze gewoon niet ziet. Als de bloedvaten zich
samentrekken in bepaalde hersenzones waar heel fijne
haarvaatjes
eigenlijk dieperliggende hersencellen van zuurstof zouden moeten
voorzien, zullen deze dieperliggende delen van de hersencellen geen
zuurstof meer krijgen en afsterven. Het dichtklappen van bloedvaten
rond het hart zorgt voor pulmonaire hypertensie. Cardiologen
waarschuwen al sinds 2003 voor deze gevaarlijke bijwerking,maar die
alarmkreet heeft men ver weggehouden van het commercieel medisch
gebeuren. Kinderen die er nu aan doodvallen, zouden ‘aangeboren
hartziekten’ hebben. Methylfenidaat blijft dus onterecht een perceptie
van veiligheid behouden.”
Haesbrouck’s
boek zorgde wel voor opschudding: in 2007 was er een
consensusvergadering in de Koninklijke Biobliotheek van Brussel,
ingericht door het Ministerie van Sociale Voorzorg. “Het establishment
was nogal geschrokken van de inhoud van mijn boek. Men probeerde de
vragen die hierbij rezen van officiële zijde te weerleggen. Er
waren
artsen uitgenodigd die zoveel mogelijk 'hoeraliteratuur' ( van de zijde
van de industrie) wisten te verzamelen, en brachten deze gedurende
enkele minuutjes naar voren.”
Ook David Healy, een bekend
tegenstander van het gebruik van SSRI’s (Selective Serotonin Re-uptake
Inhibitors) en als arts en hoogleraar verbonden aan de Universiteit van
Cardiff, was uitgenodigd. “Zijn visie is volledig in tegenspraak
met
de officiële stelling waarmee de farmaceutische bedrijven hun
producten
aan de man willen brengen. In het verslag over die vergadering, dat in
april 2008 gepubliceerd werd, repte men met geen enkel woord over
het
optreden van de man. Het resumeerde alleen alle bekende stellingen die
door de industrie bekend worden gemaakt. Het resultaat van alle heisa:
alles blijft bij het oude. Uitleg over hoe antidepressiva werken wordt
gewoon doodgezwegen. Twee maanden na die vergadering stond er in
de
kranten: ‘Onafhankelijke studie naar antidepressiva komt er voorlopig
niet’. Waarschijnlijk gepubliceerd onder de druk van de industrie.”
Ondertussen rijst de vraag, of er een verband is tussen het
toegenomen aantal voorschriften van geneesmiddelen tegen aandoeningen
als ADHD, maar ook depressie. Is de ADHD epidemie
werkelijkheid of
worden bepaalde emoties of gedragingen toegeschreven aan een
geestesziekte, die eigenlijk niet bestaat, zodat het gemakkelijker is
te diagnosticeren en geneesmiddelen voor te schrijven, in plaats van op
zoek te gaan naar achterliggende oorzaken.
Fernand Haesbrouck
ziet dit heel duidelijk. “Men is eigenlijk normaal gedrag als een
psychiatrische aandoening gaan beschrijven. Nu de situatie danig uit de
hand loopt, geeft men schoorvoetend toe dat men in feite een
therapeutische indicatie heeft willen vinden om een stof te slijten,
waarvoor geen indicatie bestaat. Juist omdat men het
werkingsmechanisme van die medicijnen wel kende. De oplossing was
:
het werkingsmechanisme onbekend maken. Men redeneerde dat
drogeren bij
iedereen helpt.” Dat werd nog versterkt door een bericht van Het CBG
(College ter Beoordeling van Geneesmiddelen) in 2005: lage doseringen
methylfenidaat verergeren de symptomen van ADHD . “Bij twijfel over een
diagnose werden nu proefverpakkingen voorgeschreven en meteen
bleek,
dat de patiënt nóg drukker werd (want gedrogeerd) en
zo wist men zeker
dat de dosering hoger moest, tot dwangmatig psychotisch. Zo is er een
stevige basis gelegd waarbij bijna iedereen, die in handen viel van het
zorgcircuit, meteen ook prijs had. En daar wordt een gigantische
farmaceutische industrie natuurlijk beter van.”
Het meest eigenaardige, vindt Haesbrouck, is dat gesteld wordt
dat ADHD een neurobiologische aandoening zou zijn. “Waarom loopt
iedereen dan naar een psychiater, die eigenlijk geen neuroloog is maar
een gedragsdokter? Er is geen enkele neuroloog die ADHD als diagnose
zou stellen, doodgewoon omdat men dit neurologisch zou moet
aantonen.
En zoals de diagnosemethodiek nu is, blijkt dit helemaal
niet
wetenschappelijk te bewijzen, en bewijst het nog minder dat het om een
ziekte zou gaan. Sinds drie jaar vroeg ik een twintigtal neurologen:
welke zenuwziekte kan men behandelen door neuronen op die manier te
verwoesten? Allemaal antwoordden ze hetzelfde: ‘geen enkele’.”
Grote bezorgdheid over de verschrikkelijke bijwerkingen van
psychiatrische medicatie en elektroshocks en de groeiende
internationale kritiek dat normaal gedrag door de psychiatrie wordt
gediagnosticeerd als een geestelijke stoornis, zorgde al eerder voor de
nodige ophef, die de informatie van Haesbrouck bevestigt. Hij verwijst
hiervoor naar een BBC documentaire uit 2007, waar Psychiater Dr.
Robert Spitzer, moet toegeven dat het DSM (Diagnostisch en Statistisch
handboek van de psychiatrie), dat gebruikt wordt om diagnoses te
stellen, niet gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek. De
psychiatrische diagnoses hebben zelfs geen enkele wetenschappelijke
basis.
“Robert Spitzer is verbonden aan de Universiteit van
Columbia en superviseerde de totstandkoming van twee recente versies
van de DSM, hij definieerde honderden geestelijke stoornissen. Hij zegt
in de BBC documentaire: ‘We maakten inschattingen over de mate waarin
geestelijke stoornissen zouden voorkomen op basis van beschrijvingen,
zonder de overweging dat vele van deze condities normale reacties
zouden kunnen zijn en geen stoornissen. Dat is het probleem; we hebben
niet gekeken naar de context waarin deze condities voorkwamen’.”
Darrell Regier, psychiater, voorzitter van de DSM-V werkgroep, gaf
tijdens een interview in 2006, het volgende toe over de de
wetenschappelijkheid van de ‘stoornissen’: ‘Op dit moment weten we van
werkelijk geen enkele geestelijke stoornis de oorzaak’.
Haesbrouck ondervindt veel tegenstand, onder andere via zijn weblog (http://blog.seniorennet.be/rilatine).
“Men zegt dat ik niet wetenschappelijk bezig ben. Dat klopt. De reden
waarom ik meestal niet refereer, is om dat de meeste beschikbare
literatuur dusdanig gefilterd wordt zodat er alleen commercieel nuttige
informatie overblijft. De theorieën die er nu de ronde doen, dat
er een
tekort aan neurotransmitters in de hersenen van ADHD-ers zouden kunnen
zijn, zoals de neuropsychologie en biopsychiatrie ons willen doen
geloven, bestaan niet. Die zijn de wereld in geholpen om producten als
ADHD medicatie of antidepressiva verkoopbaar te maken. Als er al
tekorten zouden zijn, dan zou men die tekorten moeten kunnen meten,
zoals men glucosemetingen doet bij diabetici om te weten hoeveel
insuline ze moeten krijgen. Maar niemand meet die tekorten, of doet de
moeite hiervoor.”
---------------------
BOX: GESCHIEDENIS METHYLFENIDAAT
Ritalin bevat de actieve stof
Methylfenidaat welke tot een van de vier groepen scheikundige stoffen
behoort (Indolen, cannabis producten, Phenylalkylamines en
Piperidylbenzilaatesters) die als psychotica, hallucinogeen werken,
door neuronen te verwoesten.
Methylfenidaat wordt al gemaakt uit
amfetamine sinds 1944: het is uitgevonden door de chemicus Leandro
Panizzon, van het Zwitserse bedrijf CIBA. Amfetaminen stonden toen al
erg in de belangstelling: een verzamelnaam van stimulerende
stoffen
uit het Chinese éfedrine’-plantje Ma Huang. In feite werkt deze
stof
als volgt: het jaagt het centrale zenuwstelsel op door energiereserves
versneld op te branden, met verhoogde bloeddruk, hartslag, longfunctie
en concentratie als gevolg. Sinds 1932 was amfetamine al een huismiddel
tegen astma, verkoudheid en ongewenste kilo’s, en vanwege euforische
bijwerkingen populair als straatdrug. Het werd gesnoven of
geïnjecteerd
voor een explosieve psychische flash, de keerzijde was de diepe crash
die erop volgde, met hoogmoeds- of achtervolgings wanen en een diepe
depressie. In de Tweede Wereldoorlog werden methamfetaminenhoudende
‘panzerschokolade’ ingezet in het Duitse leger, waar soldaten een paar
dagen en nachten mee door konden vechten. Vol zelfvertrouwen een
constante concentratie en zonder honger. Aan het eind van de oorlog
werd het middel op de opiumlijst geplaatst, maar de pakhuizen die er
nog vol mee lagen vonden een gretige aftrek onder ex-soldaten,
sportlieden, studenten en artistieke types.
In de
kinderpsychiatrie werd de werking van het middel op kinderen per
toeval ontdekt: de hersenen van ‘onaangepaste kinderen’ werden al
sinds het begin van de 20e eeuw onderzocht. Als kernsymptomen van de
veronderstelde ziekte zag men hyperactiviteit en concentratiegebrek. In
1937 maakte de onderzoeker Charles Bradley röntgenfoto’s van de
hersenen van levende overbeweeglijke kinderen, met behulp van lucht die
als contrastmiddel de hersenkamers in werd gepompt. In een opwelling
gaf de onderzoeker de kinderen wat mehylfenidaat tegen de
hoofdpijn
die ze kregen door het onderzoek. Tegen de pijn hielpen de pillen niet,
maar de amfetamine bleek in lage doses zeer effectief tegen het
probleemgedrag van een aantal van de zwaarhyperactieve kinderen:
volgens Bradley toe te schrijven aan de concentratieverhogende werking
van het middel dat de kinderen soms voor het eerst in jaren in staat
stelde zich op een ding te concentreren.
Bradleys opvolger Maurice
Laufer probeerde het nog eens met de nieuwe amfetaminevariant
methylfenidaat, dat sinds 1955 op de markt is als Ritalin, en toen nog
werd gebruikt als stimulerend middel voor lusteloze bejaarden. Maar op
chronisch hyperactieve en snel afgeleide kinderen had het een geweldig
effect: die leden zogezegd aan een onverklaarbare hersenziekte, en zo
drong Ritalin met succes door in de kinderpsychiatrie en
huisartsenpraktijken. En, oh ja: het drugscircuit.
AANVULLENDE BRONNEN:
www.de-dsmleugen.nl
http://blog.seniorennet.be/rilatine
tijdschrift psy-no.11 2007
AD-‘Arts herkent ADHD bij volwassenen niet’
http://www.megablunder.net/ADHDlozeWereld/ (filmpje)
|